"Maar je hebt toch al een kind?" "Je mag niet klagen, er zijn mensen die helemaal geen kinderen hebben." "Wees blij met wat je hebt."
Secundaire onvruchtbaarheid - het niet kunnen krijgen van een tweede (of derde) kind - is een vreemde rouw. Je mag verdrietig zijn, maar niemand heeft echt medelijden. Je bent "zowiezo al gezegend."
Waarom secundaire onvruchtbaarheid zo moeilijk is
Je wordt niet serieus genomen: "Wees gewoon blij!" "Tenminste heb je er één." Jouw verdriet wordt geminimaliseerd.
Schuldgevoelens: Je voelt je schuldig omdat je meer wilt. "Waarom ben ik niet tevreden?" "Ben ik egoïstisch?"
Eenzaamheid: Je past nergens. Niet bij onvruchtbare stellen (jij hebt al een kind). Niet bij gezinnen met meerdere kinderen (jij lukt het niet).
Je bestaande kind lijdt: Ze willen een broertje of zusje. Jij kunt het niet geven. Dat doet pijn.
Praktische uitdagingen: Behandelingen combineren met ouderschap. Geen tijd voor jezelf. Geen ruimte om te rouwen.
Je verdriet is geldig
Het feit dat je al een kind hebt, maakt je verdriet niet minder echt. Je mag rouwen om het kind dat je niet hebt. Om het gezin dat je je had voorgesteld. Om de broer of zus voor je kind.
Dit is geen ondankbaarheid. Het is menselijk verlangen.
De dubbele emoties
Je houdt van je kind. Enorm. En je bent dankbaar. EN je bent verdrietig dat er geen tweede komt. Beide kunnen waar zijn tegelijk.
Je hoeft niet te kiezen tussen dankbaarheid en verdriet.
Wat je kunt doen
Zoek specifieke steun: Groepen voor secundaire onvruchtbaarheid. Mensen die het begrijpen.
Wees eerlijk met je kind: Op leeftijdsgeschikte manier. "We proberen, maar het is moeilijk."
Geef jezelf toestemming: Om verdrietig te zijn. Om te rouwen. Om te willen wat je wilt.
Overweeg alternatieven: Adoptie, donor, of acceptatie van één kind.
Focus op je gezin: Het gezin dat je hebt. Maak het mooi, compleet in zijn huidige vorm.
Jouw verdriet telt. Jouw verlangen is geldig. En je mag rouwen, zelfs met een kind in je armen.